Verschillende RFID tags.
Rfid is een nieuwe technologie die het mogelijk maakt om meerdere objecten tegelijk te identificeren. Dit maakt het mogelijk om transacties sneller te laten verlopen en dus meer service te kunnen bieden aan klanten.
Er zijn een aantal verschillende RFID technieken in de bibliotheekmarkt.
ISO 15693 I·CODE SLI
Dit is het meest toegepaste RFID label in de nederlandse bibliotheekwereld.
Het bevat 27 blocks met elk 4 bytes capaciteit, de blocks 0 tot en met 9 zijn gedefineerd in de General set of requirements.
I·CODE 1
Dit type RFID label wordt kleinschalig gebruikt in bibliotheken, het label is als pilot project ingezet om RFID in de praktijk te testen. De responcetijd van dit label is aanzienlijk trager dan van de I·CODE SLI.
Werking van RFID tags.
Er zijn twee verschillende principes waarmee de RFID tags werken. De passieve tags en de actieve tags. De actieve tags werken met een ingebouwde energiebron, dit betekend dat de levensduur van deze tags beperkt zijn, voordeel is wel dat het leesbereik vele malen groter is. De tags voor de bibliotheken werken volgens het passieve principe, dit wil zeggen dat een externe energiebron verantwoordelijk is voor het werken van de tag. Deze bron komt uit de tag reader. Deze zendt een signaal uit van 13,56 Mega Hertz. Dit wordt door de tag opgevangen en omgezet in energie, hiermee wordt de chip in de tag actief en deze gaat op zijn beurd met behulp van zijn ontvangst antenne het signaal van de tag reader verstoren. Deze verstoring wordt door de reader opgevangen en omgezet in digitale signalen. Het schrijven van een tag gaat andersom, de chip vangt de signalen op die de tag reader verzendt. deze worden vertaald in digitale signalen die in de chip opgeslagen worden. Het schrijven van een tag vergt hierdoor meer energie dan het lezen van een tag.